Ik ben gefascineerd door de wankele hypothese van het tijdsbesef. Tijd lijkt meetbaar en vastgelegd, maar is in essentie instabiel en afhankelijk van ervaring. In mijn werk onderzoek ik deze spanning tussen objectieve kloktijd en subjectieve beleving.
De werken hebben een abstract-organische uitstraling en doen denken aan schimmels en mossen die, net als de tijd zelf, gestaag doorgroeien. De kronkelige vormen verbeelden de plooien van de tijd: plekken waar tijd zich vervormt, ophoopt en ontglipt. Ze verwijzen naar natuurlijke processen die zich onttrekken aan menselijke controle en zich bewegen op de grens van leven en verval.
Op deze organische vormen plaats ik exacte tijdsaanduidingen, zoals 07:03 PM. Hierdoor lijkt het proces ogenschijnlijk even stil te vallen. In dat ene moment komen de voortschrijdende tijd en de vervlogen tijd samen: de verloren tijd, de verwaarloosde tijd, de huidige tijd en de toekomstige tijd. Het werk creëert een moment van bezinning.
Dit stilgezette tijdstip kan een besef oproepen van zin en onzin, van de absurditeit van een kortstondig bestaan en van de waanzin van wat zich in de wereld afspeelt. Voor sommigen kan het ook leiden tot een bewustwording van het geluk dat op dat moment aanwezig is.
Toch stroomt het proces onvermijdelijk voort. Het telkens opnieuw vastleggen van een tijdstip krijgt zo het karakter van een Sisyfusarbeid en roept de vraag op hoeveel tijd ons daadwerkelijk gegeven is. Hieruit blijkt dat tijd geen ethiek kent. Tijd maakt geen onderscheid en toont geen mededogen. De vraag die uiteindelijk resteert, is of er nog wel een kruimel troost te vinden is in de tijd zelf, of dat betekenis uitsluitend ontstaat door het bewust ervaren van het moment. Met mijn werk probeer ik deze vragen niet te beantwoorden, maar ze tastbaar en voelbaar te maken voor de kijker.
Time is running out